EMDR

Wat is EMDR-therapie?

EMDR is een therapie die kinderen, jongeren en volwassenen helpt om nare of moeilijke ervaringen te verwerken. Binnen mijn praktijk bied ik dit aan voor kinderen, jongeren (tot 26 jaar) en voor ouders zelf in functie van het functioneren van hun kind.

Soms maak je iets mee dat heel spannend, verdrietig, pijnlijk of verwarrend is. Dat kan een ongeval zijn, een ziekenhuisopname, pesten, een scheiding, verlies van iemand die je graag ziet, maar ook situaties waarin je je lange tijd niet veilig, alleen of niet begrepen voelde.

Ons lichaam beschikt over een natuurlijk herstelsysteem. Wanneer je valt, geneest een wond meestal vanzelf. Ook ons brein beschikt over zo’n natuurlijk verwerkingssysteem. Meestal krijgen ervaringen vanzelf een plaats. Soms lukt dat echter niet en blijft een herinnering als het ware “vastzitten” in het zenuwstelsel. Daardoor kan je vandaag nog bang, boos of verdrietig worden, veel piekeren, buikpijn krijgen of denken: “Ik ben niet goed genoeg.” EMDR helpt dit natuurlijke verwerkingssysteem opnieuw op gang, zodat je brein deze herinnering(en) alsnog kan verwerken. Je vergeet niet wat er gebeurd is, maar het voelt veel minder heftig wanneer je eraan terugdenkt.

EMDR betekent: Eye Movement Desensitisation and Reprocessing. Dat zijn moeilijke Engelse woorden. Het betekent dat je met je ogen een (vinger)beweging volgt, terwijl je aan iets naars denkt. Daardoor worden de heftige gevoelens minder sterk.

Waarom blijven sommige klachten terugkomen?

Klachten zijn soms als een onkruidplant. Wat je boven de grond ziet, is de klacht: bijvoorbeeld angst, boosheid, buikpijn, perfectionisme, piekeren of denken: “Ik ben niet goed genoeg.” Maar net zoals een onkruidplant niet blijft groeien zonder wortels, ontstaan ook klachten niet zomaar.

Onder de grond zitten de wortels: ervaringen die nog onvoldoende verwerkt zijn. Dat kunnen ingrijpende gebeurtenissen zijn, maar ook situaties waarin je je lange tijd niet veilig, alleen of niet begrepen voelde. Zolang die wortels voeding blijven geven, kan dezelfde klacht telkens opnieuw terugkomen.

EMDR probeert daarom niet alleen de “bloem” weg te nemen, maar gaat samen met jou op zoek naar de wortels die de klacht blijven voeden. Wanneer deze ervaringen verwerkt raken, krijgt de onkruidplant geen voeding meer en kan ze geleidelijk verdwijnen.

Wat doe je bij EMDR-therapie?

Als je iets engs hebt meegemaakt, kan de herinnering daarvan blijven hangen in je hoofd of lichaam. Samen gaan we op zoek naar de herinneringen die vandaag nog de meeste invloed hebben. Vaak zoeken we naar de eerste keer dat je je zo voelde, of naar de herinnering die vandaag nog de meeste spanning oproept.

Tijdens EMDR denk je terug aan die nare herinnering en doe je ondertussen een oefening waarbij je met je ogen of lichaam een patroon volgt van links naar rechts. Dat kan op verschillende manieren:

  • Je ogen heen en weer bewegen, voorbeeld vinger of lamp met ogen volgen
  • Klappen, stampen, boksen, trommelen, …
  • Luisteren naar geluiden links en rechts
  • Voelen met ‘buzzers’ (trillende apparaatjes in je handen)

                 

Deze oefeningen noemen we bilaterale stimulatie, wat betekent dat beide kanten van je hersenen geactiveerd worden.

Hoe werkt EMDR-therapie?

Tijdens EMDR wordt een nare herinnering opgehaald, terwijl je tegelijk iets afleidends doet, zoals oogbewegingen of trommelen. Dit helpt je brein om die herinnering op een andere manier te verwerken.

Onderzoek laat zien dat EMDR goed werkt bij het verwerken van trauma. Maar hoe werkt het precies?

Onze hersenen hebben een natuurlijk herstelsysteem, net zoals ons lichaam. Als je bijvoorbeeld een wonde hebt, geneest je huid vanzelf. Zo werkt het ook met je brein: het wil herinneringen verwerken, maar soms raakt iets ‘vast’. Met EMDR help je je brein om die herinnering alsnog te verwerken.

Er is ook een theorie die zegt dat EMDR werkt omdat het je werkgeheugen (je tijdelijke geheugen) bezighoudt. Als je aan iets naars denkt en tegelijk iets doet wat je afleidt, is er minder ruimte in je hoofd om dat nare gevoel sterk te voelen. Daardoor voelt de herinnering minder heftig aan.

Veel kinderen zeggen na afloop bijvoorbeeld:

  • “Dat de herinnering ‘stoffig’ wordt”
  • “Het lijkt veel verder weg.”
  • “Ik kan eraan denken zonder verdrietig te worden.”
  • “Het voelt alsof het echt voorbij is.”